Wat is het papillomavirus?

  1. Momenteel zijn er in Europa waarschijnlijk ongeveer 20 miljoen vrouwen drager van het seksueel overgedragen humane papillomavirus. Het is de meest voorkomende seksueel overgedragen infectie.
  2. Bijna 80% van de vrouwen zal minstens één keer in hun leven in contact komen met het papillomavirus.
  3. Het papillomavirus (HPV) is bijzonder besmettelijk en resistent. Er bestaan meer dan 200 types van het papillomavirus, waarvan slechts een klein aantal een risico voor de gezondheid inhoudt. Het virus treft zowel vrouwen als mannen, overal ter wereld.
  4. Het papillomavirus kan zich ontwikkelen op de huid of de slijmvliezen. Slijmvliesinfecties komen vooral voor op de externe of interne genitaliën, in de anale zone of in de mond.
  5. Het HPV-virus kan latent aanwezig blijven in het lichaam en daarna spontaan verdwijnen zonder uit te breken of symptomen of ziektes uit te lokken.
  6. Bepaalde HPV-types houden een zogenaamd laag risico in. Ze veroorzaken wratten op de huid of de genitaliën (condylomen). Andere HPV-types houden een groter risico in. Het betreft zogenaamd oncogene virussen omdat ze precancereuze of cancereuze letsels kunnen uitlokken. De vaakst voorkomende kanker als gevolg van HPV is baarmoederhalskanker.

Hoe krijgt iemand het papillomavirus?

De humaanpapillomavirusinfectie is wereldwijd de meest voorkomende seksueel overgedragen infectie (soi). Het papillomavirus kan zich ontwikkelen op de huid of de slijmvliezen, meer bepaald in de genitale zone.

De overdracht gebeurt door direct contact. Het papillomavirus dat zich op het genitale slijmvlies bevindt, wordt overgedragen tijdens vaginaal, anaal of oraal seksueel contact. Omdat het virus resistent is, mag het risico op indirecte overdracht via linnen, sextoys of andere besmette oppervlakken niet worden onderschat.

Seksueel actieve jonge vrouwen lopen het grootste risico op infectie. Die hoge frequentie houdt verband met de meerdere partners en de immaturiteit van de baarmoederhalszone, waar het virus zich ontwikkelt. Het kan zich ook ontwikkelen bij mannen, maar dat gebeurt minder vaak. Bovendien is de frequentie bij mannen niet leeftijdsgebonden.

Bepaalde virussen kunnen latent aanwezig blijven in het lichaam zonder symptomen te veroorzaken. Die vrouwen of mannen hebben dan geen symptomen, maar kunnen de infectie toch overdragen.

De voornaamste risicofactoren voor een genitale HPV-infectie zijn vroege eerste seksuele betrekkingen, meerdere partners en de aanwezigheid van een andere soi.

De infecties zijn vaak asymptomatisch

Meestal kan het immuunsysteem het HPV-virus onderdrukken en verdwijnt de infectie spontaan, zonder dat de persoon ze heeft opgemerkt.

Enkel de zogenaamde hoogrisicovirussen kunnen evolueren tot kanker. Alleen als die hoogrisico­virussen langer dan 12 à 18 maanden in het lichaam blijven, bestaat er een risico op baarmoederhals­kanker. Tussen 5 en 10% van de vrouwen voldoen aan die twee voorwaarden, namelijk hoogrisico­virussen en langer dan 12-18 maanden aanwezig.

De precancereuze letsels die zichtbaar zijn tijdens de screening zijn gemiddeld al 10 à 15 jaar voor de ontwikkeling van cancereuze letsels aanwezig.

Hoe een HPV-infectie voorkomen?

Vaccinatie tegen HPV

Er bestaan verschillende vaccins die een relatieve bescherming bieden tegen 2, 4 of 9 virustypes. We spreken van bivalente, quadrivalente of nonavalente vaccins.

Die drie vaccins worden gebruikt ter preventie van infecties met oncogene virussen (die kanker kunnen veroorzaken) maar ook ter preventie van genitale wratten voor de quadri- en nonavalente vaccins.

De efficiëntie van de vaccinatie bedraagt meer dan 90% als ze wordt gegeven aan jonge meisjes die nog geen seksueel contact hebben gehad. Daarna neemt de efficiëntie af. Het is nog niet precies bekend hoe lang de vaccins beschermen.

De vaccinatie wordt terugbetaald voor jonge meisjes tussen 12 en 19 jaar bij de eerste injectie en is gratis als ze in het kader van de schoolgeneeskunde gebeurt. De vaccinatie (2 of 3 injecties) wordt idealiter afgerond voor het eerste seksuele contact.

De vaccinatie beschermt niet tegen alle types HPV en is dus niet 100% efficiënt. Daarom kan geen enkel type vaccinatie screening overbodig maken.

Screening van HPV-letsels

Screening gebeurt voornamelijk via een uitstrijkje. Daarvoor neemt de arts tijdens een gynaeco­logische consultatie met een borsteltje cellen van de baarmoederhals af. Die afname wordt micro­scopisch onderzocht om letsels te identificeren, maar ook de aanwezigheid van het virus op te sporen (*). Een screeningstest is aanbevolen om de 3 jaar van 25 tot 64 jaar. Dan wordt hij ook terugbetaald.

(*) als de cytologie wordt uitgevoerd in een vloeibaar milieu, Referenties : KCE Report 238 Bs- 2015, CSS N°9181 – July 2017

Het condoom

Algemeen gesproken, beschermt een condoom niet met zekerheid tegen de overdracht van HPV omdat het virus aanwezig is in de hele genitale zone en overdracht mogelijk is zonder penetratie. Een condoom is echter onontbeerlijk ter bescherming tegen andere soi’s!

Enkel onthouding is afdoend tegen de overdracht van een infectie met het papillomavirus. Niet echt een realistische oplossing …

Wat zijn HPV-gerelateerde cervicale letsels?

In het uitstrijkje in het kader van de screening worden soms atypische (afwijkende) cellen aangetroffen. Dat noemen we cervicale letsels. Afhankelijk van het soort wijziging van de cellen en het risico op een mogelijke evolutie tot baarmoederhalskanker spreken we van laag- of hooggradige letsels.

Die afwijkingen zijn bijna altijd te wijten aan de aanwezigheid van het humaan papillomavirus. Daarom spreken we van HPV-gerelateerde letsels.

Is een afwijkend uitstrijkje altijd ernstig?

Een uitstrijkje wordt afwijkend genoemd als er cervicale letsels, dus afwijkende cellen in de baar­moeder­hals, worden vastgesteld. In de meeste gevallen verdwijnen die letsels spontaan. Soms blijven ze echter aanwezig. Het risico op wijziging van de cellen naar een hooggradig letsel (ernstige dysplasie) is dan mogelijk, met eventueel een – vaak zeer trage – evolutie tot baarmoederhalskanker.

Meestal verlopen de aanwezigheid van het virus en de letsels asymptomatisch. Tijdens die latente fase is een regelmatige controle door uw gynaecoloog aanbevolen.

Ik ben drager van het HPV-virus, wat nu?

De aanwezigheid van een cervicaal letsel (afwijkend uitstrijkje) zorgt vaak voor ongerustheid, en dat is normaal, gezien de mogelijke evolutie tot een ernstigere aandoening.

Tussen twee controlebezoeken bij uw gynaecoloog kunt u de vaginale gel Papilocare® gebruiken. Papilocare® creëert omstandigheden die een snellere genezing van de letsels bevorderen, kan een gunstig effect hebben op het verdwijnen van bestaande letsels en voorkomen dat ze verergeren.

Het verdient sterk aanbeveling om een condoom te gebruiken om het risico op overdracht te beperken.

Het gebruik van Papilocare® maakt de behandeling die uw arts heeft voorgeschreven niet overbodig. Daarom noemen we Papilocare® een ‘adjuvante’ behandeling.